Levens in tijd verward
Lichaam verstard
Verwerkt in tijd
Welke langzaam
verglijd
Nu kan ik zijn
en alle tijd vergeten
ik zal mijzelf alleen nog
tijdloos meten
TIJDNIJD
een hele tijd
heb ik geen tijd
de halve tijd van nu
heb ik gisteren voorbij laten gaan
//
Meer Tijd
Later heb ik meer tijd dan vroeger
vroeger had ik meer tijd dan nu
nu
is de tijd
voor
minder vroeger
en later
Uit de tijd
Ik rijd naar huis in de bellende leegte
Van de laatste tram. Het wordt mijn tijd.
Verlaten straten komen samen, gaan uiteen
Op steeds dezelfde, stroevende punten.
Ik zit in mijn ijzer, lees de haltes, steeds
Dezelfde, door het raam dat wie weerkaatst.
Ik zoen de koude naam op de achterkant
Van mijn adres, verscheur de enige brief.
Het maanwit heeft weer niets verklaard.
De nacht bezit geen grond om op te rusten.
Het is vroeg in de slapende stad.
Het is laat in mijn slapeloos leven.
Schrijver: Leonard Nolens
Een mens is een waarneming.
Niet tastbaar, enkel
klank en beweging van daarnet.
Een stem, een voetstap, de wijze
waarop het haar naar achteren wordt geschud.
Herkend en voorbij.
Een brief. Gisteren gepost,
vandaag bezorgd.
Daartussen kan heel wat gebeurd zijn.
Toon Hermans
Tijd is iets en tijd is niets
T ïs een vleugel of een fiets
Tijd is net zo iets als “”weer”"
Wie geen tijd heeft, leeft niet meer
Tijdloos
In de liefde kent men geen tijd
Alleen tijd voor mekaar
Tijd is oneindig
We kunnen terugdenken aan de tijd
En de tijd brengt ons vooruit
de tijd (Paul de Vries)
Hier wandel ik in de
schemering
de nacht zo dicht nabij
het is de tijd niet dat
ik nu nog zing
dauw hangt laag over
de vecht en landerij
De stilte heeft zich
al genesteld
in bomen straten en
de stad
in menig huis dooft
men het licht
zij hebben de dag gehad
In de verte blaft een hond
dendert er een trein
ergens gaat een deur op slot
schenkt iemand zich een wijn
Ik spoed mij door een
verlaten stad
naar mijn geborgenheid
doe het licht aan
schenk een borrel, en laat
voor eventjes de
Er was een tijd
Er was een tijd, ging mijn hart voor jou als een gek te keer,
er was een tijd, toen had ik jouw armen nog om me heen,
er was een tijd, verlangde na jou, steeds meer,
al die tijd voelde ik mij nooit alleen.
Er was een tijd, verdronk ik in jou ogen,
er was een tijd,smolt ik van je lach,
waarom mij steeds voor gelogen,
al die tijd, iedere dag.
Er was een tijd, dat ik niet begreep waarom,
me afvragend waarom juist jij me dit aan deed,
er was een tijd, ik voelde me zo stom,
maar jij en ik, is iets dat ik liever vergeet
TIJDSPIJT
gisteren was ik morgen vergeten
morgen heb ik spijt van gisteren
spijt van nu
opgelost in tijd


